Land van Maas en Waal

Het Rivierengebied is duizenden jaren geleden ontstaan uit zand, grind en klei, aangevoerd door Rijn en Maas. Op deze vruchtbare gronden ontstonden in de prehistorie moerassen en bossen, waar dinosaurussen en later mammoeten en oerossen rondliepen. Overblijfselen van deze vroege bewoners kunt u nu nog aanschouwen in het Streekhistorisch Museum (Beneden-Leeuwen).

In de Romeinse Tijd verzetten de Batavieren zich dapper tegen de Romeinse indringers. Ze legden hiermee de kiem van de eigen Nederlandse identiteit, maar hun strijd was tevergeefs. De Romeinen hebben 400 jaar cultuur, kennis en techniek naar het Rivierengebied gebracht. Overblijfselen uit de Romeinse Tijd kunt u bekijken in het Historisch Museum (Valkhof / Nijmegen) en in het Streekmuseum van Wijchen.

Ook de Middeleeuwen hebben hun sporen nagelaten in het Rivierengebied. Denk maar aan Batenburg, een goed geconserveerd stadje aan de voet van kasteelruïnes, of het goed bewaarde Middeleeuwse kasteel in Hernen. Versterkte plaatsen en Middeleeuwse landgoederen vindt u ook in Horssen, Ewijk (Doddendael) en Boven-Leeuwen (Huis te Leeuwen).

Leven met het water

In het Rivierengebied is water alom vertegenwoordigd. In de strijd tegen overstromingen, werden de dorpen in het rivierengebied tussen Maas en Waal aanvankelijk op natuurlijke hoogten gebouwd (bijvoorbeeld: Altforst, Horssen, Boven-Leeuwen en Dreumel). Ook werden er terpen opgeworpen, die gebouwen tegen het hoge water moesten beschermen.

Later werden dijken aangelegd en werden weteringen gegraven, die via sluizen in de dijken het overtollige regen- en kwelwater afvoerden. Om voor de afvoer niet meer uitsluitend afhankelijk te zijn van een lage waterstand van de rivieren, bouwde men gemalen op de sluizen. Voorbeelden van weteringen, sluizen en gemalen vindt u onder andere in Appeltern (gerestaureerde, oude stoomgemaal), Maasbommel (De Blauwe Sluis) en Alphen (3 voormalige gemalen bij de Nieuwe Schans).

Ondanks de vele inspanningen, bleef water een probleem en zorgden dijkdoorbraken en overstromingen voor veel overlast. Door het kolkende binnenstromende water werd vaak een binnenmeertje uitgeslepen. In de streek worden deze prachtige binnenmeertjes ook wel ‘wielen’ genoemd, bijvoorbeeld de Spijksewiel aan de Tuut (Appeltern), de dichtbij elkaar gelegen binnen- en buitendijkse wielen in Wamel en de Grote Wiel en De Doorbraak in Beneden-Leeuwen.

Ongerept natuurgebied

Iedere natuurliefhebber kan zowel fietsend als wandelend z’n hart ophalen in het Land van Maas en Waal. Het land tussen de rivieren de Maas en de Waal biedt vele verrassende overgangen: dijken die zich langs de rivieren slingeren, de prachtige wielen in de uiterwaarden, de populierenbossen die de uitgestrekte polders doorbreken en de boomgaarden. Tijdens een fietstocht over de dijk is er voldoende gelegenheid voor een korte stop bij één van de terrasjes of om gewoon even te genieten op een bankje. Kenmerkend voor deze streek zijn de stalletjes aan de kant van de weg, met streekproducten (fruit, jam,…).